Paniek kan zich op veel manieren uiten. De één merkt vooral hartkloppingen en benauwdheid. De ander wordt duizelig, trilt of krijgt het gevoel dat de omgeving onwerkelijk is.
Op deze pagina vind je de belangrijkste symptomen bij elkaar.
Hart, borst en ademhaling
Veel mensen merken veranderingen in hartslag of ademhaling.
Lees verder over:
Nieuwe of ernstige klachten op dit gebied moeten niet automatisch aan angst worden toegeschreven.
Duizeligheid, tintelingen en zwakke benen
Tijdens sterke angst kun je je licht in het hoofd voelen of het idee krijgen dat je gaat flauwvallen.
Daarbij kunnen ook tintelingen, trillen of zwakke benen voorkomen.
Warmte, zweten en maagklachten
Je kunt opeens warm worden, veel zweten of misselijk zijn.
Lees meer over zweten en warmte, misselijkheid en buikklachten en een droge mond.
Een vreemd gevoel in jezelf of de omgeving
Bij paniek kunnen derealisatie en depersonalisatie voorkomen.
Dat kan heel beangstigend zijn, juist omdat de ervaring moeilijk uit te leggen is.
Angstige gedachten horen ook bij het klachtenbeeld
Je kunt bang zijn dat je flauwvalt, doodgaat, gek wordt of de controle verliest.
Lees daarvoor angst voor controleverlies of dood.
Herkenning is geen diagnose
Veel van deze klachten kunnen ook buiten paniek voorkomen. Een symptomenlijst kan daarom niet bepalen wat bij jou de oorzaak is.
Wil je begrijpen hoe de klachten samenkomen tijdens één aanval? Ga naar symptomen van een paniekaanval. Voor beoordeling en mogelijke andere oorzaken lees je onderzoek en diagnose.
Zoek niet naar één “typisch” panieklichaam
Twee mensen kunnen allebei paniek hebben en toch heel verschillende klachten melden. Het is dus niet vreemd wanneer jouw ervaring niet precies lijkt op die van iemand anders.
Gebruik het overzicht vooral om woorden te vinden voor je eigen ervaring. De combinatie, het verloop en de gevolgen zijn belangrijker dan het aantal vakjes dat je herkent.