Benauwdheid is een van de klachten die paniek heel overtuigend kan maken. Je hebt het gevoel dat je niet genoeg lucht krijgt of dat je ademhaling niet vanzelf gaat.
Dat gevoel kan direct nieuwe angst oproepen.
Angst kan je ademhaling veranderen
Bij spanning kan je sneller of oppervlakkiger gaan ademen. Je kunt ook juist veel aandacht besteden aan iedere ademteug.
Daardoor voelt ademen minder automatisch. Je probeert het bewust te regelen en merkt elk verschil.
Bij hyperventilatie en paniek lees je hoe veranderingen in ademhaling andere klachten kunnen versterken.
Benauwdheid en gevaar zijn niet hetzelfde
Het gevoel is echt. Maar uit het gevoel alleen kun je niet afleiden wat de oorzaak is.
Benauwdheid kan bij paniek voorkomen, maar ook bij lichamelijke aandoeningen. Nieuwe, ernstige of duidelijk veranderde benauwdheid moet daarom worden beoordeeld.
Lees ook lichamelijke oorzaken die op paniek kunnen lijken.
Let op wat je doet wanneer je benauwd wordt
Misschien ga je steeds dieper ademen, controleer je je zuurstof of verlaat je direct de ruimte.
Vraag jezelf achteraf af: wat dacht ik dat er zou gebeuren? En wat deed ik om dat te voorkomen?
Dat kan helpen om het paniekpatroon te begrijpen.
Forceer niet voortdurend een “perfecte” ademhaling
Je ademhaling hoeft niet elk moment hetzelfde te voelen.
Probeer niet voortdurend te testen of je diep genoeg kunt ademen. Dat kan de aandacht juist sterker op de klacht houden.
Bespreek het patroon
Krijg je benauwdheid vooral tijdens sterke angst of paniek? Vertel je huisarts of behandelaar hoe de klacht begint en wat er daarna gebeurt.
Op paniekaanval lees je hoe benauwdheid in een bredere aanval kan passen. Bij paniekaanval of hyperventilatie staat het verschil tussen beide onderwerpen.
Beschrijf ook wanneer de benauwdheid juist afneemt
Het kan nuttig zijn om te merken wanneer ademen weer vanzelfsprekender voelt. Is dat wanneer je buiten bent, wanneer de spanning zakt of pas veel later?
Die informatie helpt om een patroon te herkennen. Maak er geen voortdurende meting van. Een paar duidelijke voorbeelden zijn meestal genoeg voor een gesprek met je huisarts of behandelaar.