Behandeling

Cognitieve gedragstherapie bij paniekstoornis

CGT is een belangrijke behandeling voor paniekstoornis. Lees hoe gedachten, gedrag, lichamelijke sensaties, exposure en oefeningen samen worden aangepakt.

Cognitieve gedragstherapie, vaak afgekort tot CGT, is een belangrijke behandeling voor paniekstoornis.

Het is geen enkele oefening. CGT bestaat uit verschillende onderdelen die samen worden afgestemd op jouw patroon.

Je brengt de paniekcirkel in kaart

Wat voel je als eerste? Welke gedachte volgt? Wat doe je daarna?

Een voorbeeld is: hartkloppingen → “er is iets mis” → meer angst → naar buiten vluchten.

Door dat patroon precies te maken, wordt duidelijk waar je kunt oefenen.

Je onderzoekt verwachtingen

Binnen CGT kijk je niet alleen of een gedachte “positief” of “negatief” is.

Je vraagt vooral: wat verwacht ik dat er gebeurt, en waarop baseer ik dat?

Dat wordt verder uitgewerkt bij cognitieve herstructurering.

Gedrag is minstens zo belangrijk

Paniekkachten blijven vaak niet alleen door gedachten bestaan.

Vermijding en veiligheidsgedrag kunnen voorkomen dat je nieuwe ervaringen opdoet.

Daarom horen gedragsexperimenten en exposure vaak bij CGT.

Oefenen gebeurt ook buiten de sessie

Een gesprek per week is maar een klein deel van je tijd.

Daarom krijg je vaak oefeningen mee voor gewone situaties.

Het doel is niet om die perfect uit te voeren, maar om informatie te verzamelen en nieuwe ervaringen op te doen.

CGT wordt aangepast aan wat er speelt

Iemand die vooral lichamelijke sensaties vreest krijgt andere accenten dan iemand die vooral openbaar vervoer vermijdt.

Ook andere klachten kunnen het plan beïnvloeden.

Vraag wat jullie precies gaan doen

Je mag weten waarom een oefening wordt gekozen en wat je ermee probeert te leren.

Dat maakt behandeling begrijpelijker en helpt wanneer je vastloopt.

Lees ook psycho-educatie en hoe exposure werkt.

Een behandeling heeft meestal een duidelijke opbouw

Je begint vaak met uitleg en het in kaart brengen van het patroon. Daarna volgen oefeningen die steeds dichter aansluiten bij wat je in het dagelijks leven vermijdt.

Vraag naar die opbouw. Dan weet je waarom een bepaalde opdracht nu wordt gedaan en hoe die past bij je uiteindelijke doel.

Bronnen voor deze pagina