Medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling van paniekstoornis.
Dat betekent niet dat ieder middel dezelfde plaats heeft of dat medicatie automatisch de eerste stap is.
In de Nederlandse eerstelijnszorg hebben psychologische behandeling en CGT een belangrijke positie. Als medicatie passend is, worden meestal antidepressiva besproken.
SSRI’s hebben een belangrijke plaats
SSRI’s worden in de Nederlandse behandelroute vaak als voorkeursmedicatie gezien wanneer medicatie wordt ingezet.
Ze werken niet direct op het moment van een paniekaanval.
Lees meer over SSRI’s bij paniekstoornis.
Andere antidepressiva kunnen ook een rol hebben
SNRI’s zijn eveneens evidence-based, maar hun plaats kan verschillen tussen richtlijnen en behandelsetting.
Tricyclische antidepressiva kunnen effectief zijn, maar hebben meer nadelen rond bijwerkingen en veiligheid.
Lees SNRI’s en tricyclische antidepressiva.
Benzodiazepinen vragen extra voorzichtigheid
Deze middelen kunnen op korte termijn angst verminderen.
Maar afhankelijkheid, gewenning en onttrekking maken langdurig gebruik problematisch.
NICE adviseert benzodiazepinen niet als behandeling van paniekstoornis. In Nederland is hun rol eveneens beperkt.
Lees benzodiazepinen bij paniekstoornis.
Starten kan tijdelijk extra klachten geven
Antidepressiva kunnen in het begin bijwerkingen geven, waaronder meer onrust.
Daarom hoort uitleg over starten bij de behandeling.
Zie starten met medicatie en bijwerkingen.
Stoppen vraagt een plan
Antidepressiva en benzodiazepinen moeten niet zomaar abrupt worden gestopt.
Onttrekkingsklachten kunnen op angst of terugval lijken.
Lees afbouwen en onttrekkingsklachten.
Gebruik medicatie altijd in overleg met een voorschrijver. Een ranglijst uit onderzoek is geen persoonlijk medicatieadvies.
Medicatiekeuze is persoonlijk
De keuze voor een middel hangt niet alleen af van de naam van de medicatie. Andere aandoeningen, eerdere ervaringen, bijwerkingen, zwangerschap(swens), andere geneesmiddelen en je eigen voorkeuren tellen mee.
Bespreek daarom niet alleen welk middel, maar ook waarom juist dit middel voor mij? en wanneer jullie opnieuw evalueren.