Je kijkt om je heen en alles ziet er hetzelfde uit. Toch voelt de omgeving anders. Alsof er een glazen wand tussen jou en de wereld zit.
Dat soort ervaringen worden derealisatie genoemd.
De omgeving kan vreemd of ver weg voelen
Licht, geluid en afstand kunnen anders lijken. Je weet meestal waar je bent, maar het vertrouwde gevoel ontbreekt.
Juist dat contrast kan veel angst oproepen: waarom voelt alles zo raar?
Derealisatie kan tijdens een paniekaanval voorkomen
Sterke angst kan samengaan met veranderingen in waarneming en gevoel.
Dat staat ook tussen de mogelijke symptomen van een paniekaanval.
Het betekent niet dat iedere langdurige derealisatie automatisch onderdeel is van paniek. Andere psychische of lichamelijke factoren kunnen ook een rol spelen.
Het verschil met depersonalisatie
Bij derealisatie voelt vooral de wereld om je heen vreemd.
Bij depersonalisatie gaat het meer om een vreemd of afstandelijk gevoel ten opzichte van jezelf.
De twee kunnen samen voorkomen.
De angst voor het gevoel kan het belangrijker maken
Na één sterke ervaring kun je voortdurend controleren of de wereld alweer normaal voelt.
Die aandacht kan het verschijnsel steeds centraal zetten. Probeer niet iedere minuut te testen. Kijk of je je aandacht ook op de activiteit voor je kunt richten.
Laat aanhoudende klachten beoordelen
Blijft derealisatie lang aanwezig, komt het vaak buiten paniek voor of raakt je dagelijks functioneren sterk verstoord? Bespreek dat dan met je huisarts.
Je hoeft niet zelf te bepalen welke diagnose erbij hoort.
Lees verder over sterke aandacht voor klachten en onderzoek en diagnose.
Het gevoel kan na de paniek nog even blijven hangen
Soms neemt de sterke angst af terwijl de omgeving nog een tijd vreemd voelt. Dat kan opnieuw schrik geven.
Probeer het verloop over een langere periode te bekijken in plaats van elke paar minuten te controleren. Noteer eventueel wanneer het begint, wanneer het afneemt en wat je op dat moment deed.