Bij paniekstoornis bestaat behandeling meestal uit meer dan één advies.
Je kijkt naar wat tijdens aanvallen gebeurt, waar je tussen de aanvallen bang voor bent en welke situaties je inmiddels vermijdt.
Uitleg is een belangrijk begin
Begrijpen wat een paniekaanval is, kan veel verwarring wegnemen.
Maar alleen weten hoe paniek werkt is meestal niet genoeg om een hardnekkig patroon te veranderen.
Lees daarom ook psycho-educatie bij paniek.
CGT is een belangrijke eerste behandeling
Cognitieve gedragstherapie richt zich op gedachten, verwachtingen en gedrag.
Je onderzoekt bijvoorbeeld wat je denkt dat hartkloppingen betekenen en wat je doet om een aanval te voorkomen.
Op CGT bij paniekstoornis lees je de onderdelen uitgebreider.
Exposure hoort vaak bij de behandeling
Bij exposure oefen je met situaties of lichamelijke sensaties die angst oproepen.
Het doel is niet simpelweg “wachten tot de angst nul is”. Je onderzoekt ook wat je verwacht en wat je werkelijk leert.
Lees de aparte cornerstone exposure bij paniek.
Zelfhulp kan een plaats hebben
Sommige mensen starten met begeleide zelfhulp of digitale behandeling.
Dat past niet bij iedereen en ernst van klachten telt mee.
Zie begeleide zelfhulp en digitale CGT.
Medicatie kan worden besproken
In Nederland wordt psychologische behandeling vaak vroeg ingezet.
Als medicatie passend is, horen werking, bijwerkingen, behandelduur en afbouwen bij hetzelfde gesprek.
Lees daarvoor medicatie bij paniekstoornis.
Maak doelen concreet
Een doel als “nooit meer angst” is moeilijk te volgen.
“Zelf weer met de trein reizen” of “minder mijn hartslag controleren” geeft veel meer richting.
Bespreek ook wat jullie doen als behandeling onvoldoende helpt. Zie als behandeling niet genoeg helpt.
Bespreek voorkeuren en bezwaren
Misschien zie je op tegen exposure of wil je liever eerst zonder medicatie beginnen. Zulke voorkeuren mogen onderdeel zijn van het gesprek. Een behandelplan werkt beter wanneer duidelijk is wat je begrijpt, wilt en lastig vindt.