De woorden lijken op elkaar, maar betekenen niet hetzelfde.
Een paniekaanval is een plotselinge periode van sterke angst of hevig ongemak. Een paniekstoornis beschrijft een langer patroon waarin terugkerende onverwachte aanvallen en de gevolgen daarvan centraal staan.
Een paniekaanval kan één keer voorkomen
Je kunt een paniekaanval krijgen tijdens een zeer spannende periode. Een aanval kan ook voorkomen bij andere psychische klachten.
Daarom zegt één aanval nog niet dat je een paniekstoornis hebt.
Lees eerst wat een paniekaanval is als je vooral één of enkele acute momenten wilt begrijpen.
Bij een paniekstoornis gaat het ook over de periode ertussen
De beoordeling kijkt niet alleen naar de aanvallen. Het gaat ook om aanhoudende zorgen over nieuwe aanvallen of hun gevolgen en om veranderingen in gedrag.
Je gaat bijvoorbeeld situaties vermijden, alleen nog weg met iemand anders of voortdurend je lichaam controleren.
Die onderdelen lees je terug bij anticipatieangst, vermijding en veiligheidsgedrag.
Agorafobie is weer iets anders
Agorafobie kan samen met paniekstoornis voorkomen, maar is een zelfstandige diagnose.
Daarbij gaat het om angst voor situaties waarin ontsnappen moeilijk lijkt of hulp mogelijk niet snel beschikbaar is wanneer je klachten krijgt.
Lees de aparte uitleg over agorafobie.
Niet iedere terugkerende paniek is automatisch dezelfde diagnose
Een behandelaar kijkt naar de volledige context. Wanneer ontstaan de aanvallen? Zijn ze onverwacht? Waar ben je tussen de aanvallen bang voor? Wat ben je anders gaan doen?
Ook lichamelijke oorzaken en middelengebruik kunnen relevant zijn.
Laat de diagnose niet afhangen van één online lijst
Een zelftest of symptomenlijst kan helpen om woorden te vinden, maar vervangt geen beoordeling.
Op diagnostische criteria en de beperkingen van zelftests lees je waarom.
Wil je vooral weten wat hulp kan inhouden? Ga dan naar behandeling van paniekstoornis.