Diagnostische criteria helpen zorgverleners om op een vaste manier te beoordelen of klachten passen bij een paniekstoornis.
Ze zijn niet bedoeld als eenvoudige checklist waarmee je thuis zelf de diagnose vastlegt.
Terugkerende onverwachte paniekaanvallen zijn belangrijk
Bij paniekstoornis staan herhaalde aanvallen centraal die niet steeds alleen aan één duidelijke situatie vastzitten.
Een enkele aanval, hoe heftig ook, is dus niet genoeg.
Lees eerst het verschil tussen een paniekaanval en paniekstoornis.
Ook de periode na een aanval telt mee
De beoordeling kijkt naar aanhoudende zorgen over nieuwe aanvallen of hun gevolgen.
Ook duidelijke gedragsverandering kan meetellen.
Je gaat bijvoorbeeld situaties vermijden of je leven anders organiseren om een volgende aanval te voorkomen.
Andere verklaringen moeten worden meegenomen
Een zorgverlener kijkt ook of klachten beter kunnen worden verklaard door middelen, medicatie, lichamelijke aandoeningen of een andere psychische stoornis.
Daarom is de context belangrijk.
Agorafobie is een aparte diagnose
Agorafobie kan samen met paniekstoornis voorkomen, maar hoort niet automatisch bij de diagnose.
Bij agorafobie staat angst voor situaties waarin ontsnappen of hulp krijgen lastig lijkt centraal.
Lees daarvoor agorafobie.
Criteria zijn geen wachttijd voor hulp
Je hoeft niet te wachten tot je precies aan alle voorwaarden denkt te voldoen.
Heb je veel last, vermijd je steeds meer of ben je voortdurend bang voor een nieuwe aanval? Bespreek dat dan eerder.
De diagnose wordt door een professional gesteld
Online informatie kan helpen om je klachten beter te beschrijven.
Maar de uiteindelijke beoordeling vraagt gesprek, context en soms lichamelijk onderzoek.
Lees verder bij naar de huisarts met paniekklachten en waarom zelftests beperkt zijn.
Criteria geven structuur, geen identiteit
Een diagnose kan helpen om passende behandeling te kiezen en dezelfde taal te gebruiken.
Maar je bent niet je diagnose. Twee mensen die allebei aan de criteria voldoen kunnen heel andere situaties vermijden en andere lichamelijke sensaties vrezen. Daarom blijft een persoonlijk behandelplan nodig.