Niet iedereen schrikt even sterk van een snelle hartslag, duizeligheid of een vreemd gevoel in het hoofd.
Bij angstgevoeligheid gaat het vooral om de betekenis die je aan zulke sensaties geeft.
De sensatie zelf is maar één deel
Twee mensen voelen allebei hun hart sneller kloppen.
De één denkt: “ik ben gespannen”.
De ander denkt: “dit is gevaarlijk en straks gaat het mis”.
Die tweede reactie kan veel extra angst oproepen.
Angstgevoeligheid is geen diagnose op zichzelf
Het is een manier om een bepaald patroon te beschrijven.
Je kunt sterk gevoelig zijn voor lichamelijke of mentale signalen zonder automatisch een paniekstoornis te hebben.
De gevreesde gevolgen kunnen verschillen
Je kunt bang zijn dat een snelle hartslag een hartprobleem betekent. Of dat duizeligheid leidt tot flauwvallen.
Een ander is vooral bang om de controle te verliezen of zichtbaar in paniek te raken.
Lees daarover ook angst voor controleverlies of dood.
Vermijding kan de angst sterker maken
Als je inspanning, warmte of drukte gaat vermijden omdat je geen lichamelijke sensaties wilt voelen, krijg je minder kans om te ervaren dat zulke gevoelens ook weer kunnen afnemen.
Dat is een belangrijk onderwerp binnen exposure.
Het gaat niet om “beter voelen” van je lichaam
Angstgevoeligheid betekent niet dat mensen met paniek objectief iedere hartslag nauwkeuriger waarnemen.
Het gaat vooral om angst voor de betekenis of gevolgen van sensaties.
Lees daarom ook interoceptieve angst en sterke aandacht voor lichamelijke signalen.
Angstgevoeligheid kan veranderen
Het is geen vaste eigenschap waar je niets aan kunt doen.
Door nieuwe ervaringen kun je leren dat een lichamelijke sensatie minder gevaarlijk is dan je eerst verwachtte. Daarom sluiten gedragsexperimenten en exposure goed aan op dit patroon. Het doel is niet om je lichaam niet meer te voelen, maar om er minder snel gevaar aan te koppelen.