Oorzaken & mechanismen

Autonoom zenuwstelsel en paniek

Het autonome zenuwstelsel regelt onder meer hartslag en zweten. Lees hoe dit bij paniek meespeelt zonder het als één simpele oorzaak te zien.

Je hoeft niet bewust te beslissen dat je hart sneller gaat kloppen. Ook zweten, pupilreacties en delen van de spijsvertering worden automatisch geregeld.

Daarbij speelt het autonome zenuwstelsel een belangrijke rol.

Je lichaam kan snel reageren

Bij dreiging kan het lichaam zich voorbereiden op actie. Hartslag en spierspanning veranderen en je wordt alerter.

Dat systeem werkt ook wanneer de dreiging vooral wordt verwacht of verkeerd wordt ingeschat.

Automatisch betekent niet onbeheersbaar

Omdat de reactie vanzelf komt, kan het voelen alsof je lichaam de controle overneemt.

Toch betekent een automatische reactie niet dat hij eindeloos doorgaat of dat er iets kapot is.

Het zenuwstelsel blijft zich voortdurend aanpassen aan wat er gebeurt.

Paniek is meer dan één zenuwstelselreactie

Het zou te simpel zijn om paniekstoornis te verklaren als “een overactief zenuwstelsel”.

Gedachten, leerervaringen, aandacht, vermijding, genetische kwetsbaarheid en context spelen ook mee.

Lees het bredere overzicht bij oorzaken en factoren bij paniek.

De lichamelijke reactie kan angstig worden geïnterpreteerd

Een hartslag die door spanning stijgt, kan voelen als bewijs van gevaar.

Daardoor wordt de lichamelijke reactie onderdeel van de paniekcirkel.

Behandeling richt zich niet op één knop

Er bestaat geen simpele schakelaar waarmee je het autonome zenuwstelsel “uitzet”.

Behandeling richt zich juist op hoe je sensaties interpreteert, wat je vermijdt en welke verwachtingen je hebt.

Lees verder over cognitieve gedragstherapie en exposure bij paniek.

Gebruik het zenuwstelsel niet als nieuw controlepunt

Sommige mensen gaan na deze uitleg proberen te voelen of hun “zenuwstelsel rustig genoeg” is.

Dat kan dezelfde controle worden in nieuwe woorden. Kijk liever naar wat je doet in het dagelijks leven en hoeveel ruimte angst krijgt, in plaats van te proberen een intern systeem voortdurend te meten.

Kijk naar gedrag in plaats van naar theorie

Je hoeft niet precies te weten welk onderdeel van het zenuwstelsel op welk moment actief is. Voor herstel is vaak belangrijker welke situaties je vermijdt en welke sensaties je gevaarlijk vindt.

Bronnen voor deze pagina