Na een paniekaanval kan je lichaam zelf spannend worden.
Een snelle hartslag, warmte, duizeligheid of benauwdheid voelt dan niet meer als een gewone sensatie, maar als een waarschuwing.
Dat wordt vaak interoceptieve angst genoemd.
Het lichaam wordt een mogelijke trigger
Je hoeft niet in een spannende situatie te zijn.
Een kleine verandering in hartslag kan al genoeg zijn om te denken: daar begint het weer.
Daarna let je nog beter op je lichaam en loopt de angst verder op.
De betekenis is belangrijker dan alleen het voelen
Het gaat niet om het idee dat mensen met paniek hun lichaam altijd objectief beter waarnemen.
Belangrijker is wat je denkt dat de sensatie betekent.
Een hartslag kan bijvoorbeeld worden gezien als gevaar voor het hart. Duizeligheid als bewijs dat je gaat flauwvallen.
Je kunt lichamelijke sensaties gaan vermijden
Je stopt met sporten, drinkt geen warme dranken meer of vermijdt traplopen omdat je hartslag dan stijgt.
Zo wordt niet alleen de aanval eng, maar ook alles wat vergelijkbare gevoelens oproept.
Lees meer bij vermijdingsgedrag.
Veiligheidsgedrag kan de angst bevestigen
Je meet je hartslag, gaat direct zitten of neemt altijd water mee.
Als het daarna goed gaat, kan het lijken alsof juist die maatregel je gered heeft.
Dat patroon staat uitgelegd bij veiligheidsgedrag.
Behandeling kan gericht oefenen met sensaties bevatten
Binnen CGT kan aandacht zijn voor verwachtingen over lichamelijke gevoelens.
Interoceptieve exposure is een gespecialiseerde manier om daar onder passende begeleiding mee te oefenen.
Lees verder op interoceptieve exposure en CGT bij paniekstoornis.
Angst kan ook ontstaan voor normale lichamelijke veranderingen
Warmte na inspanning, een snellere hartslag na traplopen of licht duizelig worden bij snel opstaan zijn gewone ervaringen.
Wanneer juist die sensaties bedreigend worden, kan je dagelijkse leven steeds smaller worden. Bespreek welke gevoelens je probeert te voorkomen; dat geeft richting aan behandeling.