Sommige mensen zijn niet vooral bang voor een plek, maar voor wat hun lichaam daar kan doen.
Een snelle hartslag, warmte, duizeligheid of benauwdheid voelt dan als een waarschuwing.
Interoceptieve exposure richt zich op die angst voor lichamelijke sensaties.
Eerst wordt duidelijk wat je precies vreest
Het gaat niet alleen om “ik vind duizeligheid vervelend”.
Een behandelaar vraagt bijvoorbeeld: wat denk je dat er gebeurt als je duizelig wordt?
Misschien verwacht je dat je flauwvalt, de controle verliest of een hartprobleem krijgt.
Die verwachting bepaalt wat je tijdens de behandeling wilt onderzoeken.
De sensatie wordt niet als vijand behandeld
Het doel is niet om je lichaam zo rustig mogelijk te houden.
Je leert juist dat een lichamelijke sensatie aanwezig kan zijn zonder dat je automatisch hoeft te vluchten, meten of ingrijpen.
Dat sluit aan bij angst voor lichamelijke sensaties.
Oefeningen moeten medisch passend zijn
Interoceptieve exposure kan lichamelijke sensaties bewust oproepen.
Daarom moet rekening worden gehouden met gezondheid, leeftijd, medicatie en andere lichamelijke beperkingen.
Deze pagina geeft bewust geen lijst met doe-het-zelfprovocaties.
Veiligheidsgedrag wordt zichtbaar
Misschien durf je een sensatie alleen toe te laten wanneer je zit, iemand aanwezig is of je hartslag kunt controleren.
Dat kan onderdeel worden van de behandeling.
Lees meer over veiligheidsgedrag.
Ervaring is belangrijker dan discussie alleen
Je kunt rationeel weten dat een snelle hartslag niet automatisch gevaar betekent en er toch bang voor blijven.
Exposure voegt een ervaringslaag toe aan wat je binnen cognitieve herstructurering bespreekt.
Interoceptieve exposure hoort binnen een passend behandelplan. Bij twijfel over lichamelijke klachten wordt eerst bekeken of medische beoordeling nodig is.