Na een heftige nacht kan de gedachte aan slapen al spanning oproepen.
Je weet rationeel dat slaap nodig is, maar bed voelt niet meer vanzelfsprekend veilig.
De angst kan gaan over controle verliezen
Tijdens slaap kun je niet voortdurend controleren wat je lichaam doet.
Voor iemand die veel op hartslag of ademhaling let, kan dat beangstigend voelen.
Je probeert langer wakker te blijven om controle te houden.
Voorwaarden kunnen zich opstapelen
Je durft alleen te slapen met licht aan, televisie op de achtergrond of iemand naast je.
Eén hulpmiddel hoeft geen probleem te zijn. Maar wanneer de lijst steeds langer wordt, kan slaap afhankelijk worden van veiligheidsgedrag.
Lees veiligheidsgedrag bij paniek.
Uitstellen maakt de volgende dag zwaarder
Minder slaap kan concentratie, stemming en lichamelijke gevoeligheid beïnvloeden.
Daardoor kun je de volgende dag sneller schrikken van normale sensaties.
Probeer niet alle onzekerheid vóór bed op te lossen
Je hoeft niet zeker te weten dat er vannacht niets vervelends gebeurt.
Het doel is eerder dat je niet urenlang bezig hoeft te zijn met voorspellen en controleren.
Nachtelijke klachten verdienen soms aparte beoordeling
Word je vaak benauwd wakker, snurk je sterk of zijn er andere opvallende slaapklachten? Bespreek dat met je huisarts.
Niet alles wat ’s nachts op paniek lijkt is automatisch een paniekaanval.
Behandeling kan slaap en paniek tegelijk meenemen
Bij terugkerende paniek kan CGT of exposure zich richten op de verwachtingen en gewoonten rond bedtijd.
Lees ook nachtelijke paniek en angst bij het inslapen.
Een vaste avondroutine mag flexibel blijven
Een rustige routine kan prettig zijn, maar hoeft geen ritueel te worden dat exact hetzelfde moet verlopen.
Wanneer je alleen nog kunt slapen als iedere stap precies klopt, krijgt de routine een andere functie. Houd daarom ruimte voor kleine variatie.