Overdag is er afleiding. In bed wordt het stil.
Juist dan kunnen lichamelijke sensaties en gedachten veel sterker opvallen.
Je aandacht gaat naar binnen
Je voelt je hartslag, merkt iedere ademteug en hoort kleine geluiden.
Wanneer je eerder paniek hebt gehad, kan de gedachte ontstaan: straks begint het weer.
Daardoor wordt inslapen een moment waarop je voortdurend controleert.
Proberen te slapen kan juist spanning geven
Je kijkt op de klok en rekent hoeveel uur je nog over hebt.
Hoe belangrijker het wordt om nú te slapen, hoe wakkerder je je kunt voelen.
Dat betekent niet dat je slaap moet negeren. Wel dat slaap zich moeilijk laat afdwingen.
Maak verschil tussen rusten en controleren
Rustig liggen, lezen of een vaste avondroutine kan helpen.
Steeds je hartslag meten of testen of je ademhaling “goed” is, kan de aandacht juist bij paniek houden.
Houd de slaapkamer niet alleen voor angstige voorbereiding
Als je uren van tevoren al gaat zitten wachten op een mogelijke aanval, krijgt bedtijd steeds meer betekenis.
Probeer je gewone avondactiviteiten zo veel mogelijk te behouden.
Kijk naar wat je precies vreest
Ben je bang dat je niet slaapt? Dat je een aanval krijgt? Of dat er lichamelijk iets gebeurt terwijl je slaapt?
Die verschillen zijn belangrijk.
Lees bij bang zijn om te slapen wanneer de angst vooral om slaap zelf gaat.
Bespreek langdurige slapeloosheid
Aanhoudend slecht slapen heeft veel mogelijke oorzaken.
Bij langdurige problemen kan aparte slaapbehandeling nodig zijn naast behandeling van paniek.
Lees het overzicht bij slaap en paniek.