Tijdens sterke angst maakt je lichaam zich klaar om te reageren. Daarbij spelen stresshormonen zoals adrenaline een rol.
Dat kan heel merkbaar zijn. Je hart klopt sneller, je spieren spannen zich aan en je kunt gaan zweten of trillen.
Adrenaline is onderdeel van de alarmreactie
De reactie helpt je lichaam om snel te handelen bij dreiging.
Het probleem bij paniek is niet dat adrenaline op zichzelf gevaarlijk is. De lichamelijke veranderingen kunnen wel zo sterk voelen dat je denkt dat er iets ernstig misgaat.
Lees bijvoorbeeld over hartkloppingen en trillen bij paniek.
De betekenis van de reactie telt mee
Een snelle hartslag kan voelen als: “mijn lichaam is actief”.
Maar na een paniekaanval kan dezelfde hartslag worden uitgelegd als: “dit is het begin van een nieuwe aanval”.
Die tweede betekenis kan de angst verder laten oplopen.
Adrenaline is geen volledige verklaring voor paniekstoornis
Paniekaanvallen ontstaan niet simpelweg omdat iemand “te veel adrenaline” heeft.
Ook verwachtingen, vermijding, aandacht voor het lichaam, stress en andere factoren kunnen meespelen.
Daarom is het beter om adrenaline te zien als één onderdeel van het totale stresssysteem.
Gewone inspanning kan op paniek lijken
Sporten, traplopen of haast zorgen ook voor een hogere hartslag en warm gevoel.
Na paniek kunnen zulke normale veranderingen bedreigend voelen. Dat kan leiden tot het vermijden van inspanning.
Lees hierover verder bij angst voor lichamelijke sensaties.
Kijk naar het patroon, niet naar één stofje
Een bruikbare vraag is niet alleen “hoe krijg ik mijn adrenaline omlaag?” maar ook: wat denk ik wanneer mijn lichaam actief voelt, en wat doe ik daarna?
Op cognitieve gedragstherapie en exposure wordt juist aan dat bredere patroon gewerkt.
Het gevoel zakt weer
Adrenaline blijft niet onbeperkt stijgen. De sterke lichamelijke piek kan afnemen terwijl je nog gespannen of moe bent. Dat verschil kan helpen om de nasleep niet te verwarren met een nieuwe gevaarlijke ontwikkeling.