Je hoeft bij de huisarts niet al te weten welke diagnose je hebt.
Het belangrijkste is dat je duidelijk beschrijft wat er gebeurt en hoeveel invloed de klachten op je leven hebben.
Beschrijf één of twee concrete aanvallen
Vertel waar je was, hoe het begon en welke klachten je voelde.
Bijvoorbeeld: “In de supermarkt kreeg ik plotseling hartkloppingen, werd ik duizelig en ben ik naar buiten gegaan.”
Dat geeft meer informatie dan alleen: “Ik heb paniek.”
Vertel ook wat er tussen de aanvallen gebeurt
Ben je bang voor een volgende aanval? Vermijd je winkels, reizen of alleen zijn?
Heb je allerlei voorwaarden nodig om iets te durven?
Die informatie is belangrijk bij de beoordeling van paniekstoornis.
Neem medicatie en middelen mee in het verhaal
Noem voorgeschreven medicijnen, vrij verkrijgbare middelen, supplementen, cafeïne, alcohol en andere middelen.
Dat kan helpen om mogelijke lichamelijke of medicatiegerelateerde factoren te herkennen.
Schrijf je belangrijkste vragen op
Denk aan:
- Past dit bij paniek?
- Is lichamelijk onderzoek nodig?
- Welke behandeling past bij mijn klachten?
- Wanneer moet ik opnieuw contact opnemen?
Zo voorkom je dat je tijdens het gesprek alles moet onthouden.
De huisarts kan een eerste behandelstap bespreken
Afhankelijk van de ernst en het patroon kan dat uitleg, begeleiding of verwijzing voor psychologische behandeling zijn.
Medicatie is niet automatisch de eerste stap.
Lees het behandeloverzicht bij behandeling van paniekstoornis.
Benoem nieuwe of afwijkende lichamelijke klachten apart
Zeg niet alleen dat je “weer paniek” had wanneer iets duidelijk anders voelde.
Nieuwe klachten moeten op hun eigen kenmerken worden beoordeeld.
Lees ook lichamelijke oorzaken die op paniek kunnen lijken.
Geef ook aan wat je hoopt te bereiken
Misschien wil je vooral weten of lichamelijk onderzoek nodig is. Of je wilt weer zelfstandig reizen zonder voortdurende angst. Zo kan de huisarts niet alleen klachten beoordelen, maar ook met je bespreken welke hulp het beste bij je doel past.