Thuis hoort vaak als veilige plek te voelen.
Toch kan juist alleen thuis zijn spannend worden wanneer je bang bent dat niemand helpt als je een paniekaanval krijgt.
De aanwezigheid van iemand anders kan zekerheid geven
Wanneer een partner, familielid of huisgenoot thuis is, voelt een lichamelijke sensatie minder bedreigend.
Je denkt: als er iets gebeurt, is er iemand.
Daardoor kan alleen zijn steeds moeilijker worden.
Je kunt je dag om gezelschap heen gaan plannen
Je wacht met douchen tot iemand thuis is. Je belt iemand wanneer je alleen bent of gaat steeds naar familie om niet alleen te hoeven zijn.
Dat kan onderdeel worden van veiligheidsgedrag.
Kijk naar de precieze angst
Ben je bang voor een medische noodsituatie? Voor flauwvallen? Of voor het gevoel dat je paniek niet alleen aankunt?
Die verwachting bepaalt welke aanpak past.
Bouw zelfstandigheid concreet op
“Meer alleen zijn” is breed.
Begin bijvoorbeeld met een kwartier alleen thuis terwijl iemand in de buurt maar niet bereikbaar in dezelfde kamer is. Welke stap passend is verschilt per persoon.
Dit kan onderdeel zijn van exposure in vivo.
Maak ondersteuning niet plotseling verboden
Iemand bellen kan soms gewoon prettig zijn.
Het doel is niet dat je nooit steun mag vragen. Het gaat om de vraag of je zonder die steun niets meer durft.
Nieuwe lichamelijke klachten blijven apart belangrijk
Gebruik “ik ben alleen angstig” niet om ernstige nieuwe lichamelijke klachten weg te redeneren.
Wanneer alleen zijn vooral door paniek wordt beperkt, bespreek behandeling met je huisarts of therapeut.
Lees ook herstel bij paniekstoornis.