Hyperventilatie en paniek worden vaak door elkaar gebruikt.
Dat is begrijpelijk, want beide kunnen samengaan met benauwdheid, duizeligheid en tintelingen.
Toch betekenen de woorden iets anders.
Hyperventilatie gaat over ademhaling
Bij hyperventilatie adem je meer dan je lichaam op dat moment nodig heeft.
Daardoor kan CO₂ dalen en kunnen lichamelijke sensaties ontstaan.
Lees de uitleg bij hyperventilatie en paniek.
Een paniekaanval is een bredere angstreactie
Bij een paniekaanval loopt sterke angst of hevig ongemak snel op.
Hartkloppingen, trillen, derealisatie en angst voor controleverlies kunnen erbij horen.
Veranderde ademhaling kan onderdeel zijn van de aanval, maar hoeft niet altijd centraal te staan.
Het één kan het ander versterken
Je schrikt van benauwdheid en gaat sneller ademen.
Daarna word je duizelig en tintelen je handen. Dat maakt je nog banger.
Zo kunnen ademhaling en paniek in dezelfde cirkel terechtkomen.
De behandeling is daarom niet altijd alleen ademhalen
Ademhalingsoefeningen kunnen voor sommige mensen ondersteunend zijn.
Maar bij paniekstoornis moeten ook verwachtingen, vermijding en angst voor lichamelijke sensaties aandacht krijgen.
Lichamelijke klachten blijven breed beoordeeld worden
Benauwdheid heeft ook andere mogelijke oorzaken.
Nieuwe, ernstige of duidelijk veranderde ademhalingsklachten laat je beoordelen.
Voor meer over CO₂ en ademhaling lees je ademhaling en CO₂ bij paniek.
Let op wat voor jou als eerste komt
Bij de één begint het met snel ademen en volgt daarna angst. Bij de ander begint de angst eerst en verandert de ademhaling pas later.
Die volgorde kan helpen om het patroon te begrijpen. Je hoeft niet zelf te beslissen welk label “juist” is; bespreek de hele gebeurtenis.
De labels kunnen naast elkaar staan
Iemand kan tijdens een paniekaanval hyperventileren. Dan zijn beide beschrijvingen tegelijk relevant. Het is dus niet altijd nodig om één van de twee woorden als enige juiste verklaring te kiezen.