Veel mensen krijgen bij paniek als eerste advies: “haal rustig adem” of “probeer te ontspannen”.
Dat kan prettig zijn. Maar paniekstoornis is meestal niet opgelost met alleen ontspanning.
Ontspanning kan je algemene spanning helpen verlagen
Een rustige wandeling, spierontspanning of een eenvoudige ademhalingsoefening kan helpen om even uit een hoge spanning te komen.
Dat kan ondersteunend zijn binnen een breder behandelplan.
Maak ontspanning niet verplicht
Een probleem ontstaat wanneer je denkt: ik mag pas weg als mijn lichaam volledig rustig is.
Dan wordt ontspanning een voorwaarde om een situatie aan te kunnen.
Dat kan lijken op veiligheidsgedrag.
Forceer geen diepe ademhaling
Bij paniek voelt het vaak alsof je meer lucht nodig hebt.
Steeds dieper ademen kan bij hyperventilatie juist duizeligheid en tintelingen versterken.
Lees meer over hyperventilatie en ademhaling en CO₂.
Het doel is niet iedere lichamelijke sensatie weg te krijgen
Een belangrijk deel van behandeling kan juist zijn dat je leert dat spanning en lichamelijke sensaties aanwezig mogen zijn zonder dat je direct moet ingrijpen.
Daarom heeft exposure een andere functie dan ontspanning.
Gebruik een oefening bewust
Vraag jezelf af: gebruik ik dit omdat het prettig is, of omdat ik geloof dat er anders iets gevaarlijks gebeurt?
Dat verschil helpt om te voorkomen dat een hulpmiddel een nieuw ritueel wordt.
Combineer met gerichte behandeling
Bij paniekstoornis hebben CGT en exposure een duidelijkere behandelpositie.
Lees verder over CGT en exposure bij paniek.
Ontspanning is geen meetinstrument voor herstel
Je hoeft niet te beoordelen of een oefening “werkt” door te kijken of je hartslag meteen zakt.
Een ontspannen moment kan fijn zijn, maar herstel wordt beter zichtbaar in wat je weer doet en hoeveel minder je leven om paniek draait. Gebruik ontspanning daarom als ondersteuning, niet als dagelijkse test.