Agorafobie is niet één lichamelijk symptoom.
Het is een patroon van angst rond bepaalde situaties en het gedrag dat daaruit volgt.
Sterke angst in bepaalde situaties
Je kunt spanning voelen in openbaar vervoer, winkels, open ruimtes, drukke plekken of wanneer je alleen buiten bent.
Lichamelijke klachten zoals hartkloppingen of duizeligheid kunnen daarbij voorkomen.
Maar de situatie en de verwachting staan centraal.
Angst voor moeilijk kunnen ontsnappen
Je denkt bijvoorbeeld: als ik nu paniek krijg, kan ik niet weg.
Of: als ik flauwval, is er niemand die me helpt.
Dat onderscheidt agorafobie van een algemene hekel aan drukte.
Vermijding is vaak duidelijk zichtbaar
Je slaat situaties over of plant je dag zo dat je ze nauwelijks tegenkomt.
Lees meer over vermijdingsgedrag.
Begeleiding kan noodzakelijk gaan voelen
Je gaat alleen naar buiten wanneer een partner, ouder of vriend meegaat.
De aanwezigheid van die persoon kan dan onderdeel worden van je veiligheidsgevoel.
Dat hoeft niet direct verkeerd te zijn, maar kan je zelfstandigheid steeds verder beperken.
Veel plannen rond uitgangen en routes
Je wilt precies weten waar toiletten, deuren en rustige plekken zijn.
Sommige voorbereiding is praktisch. Bij agorafobie kan het echter een groot deel van je aandacht opslokken.
Paniekaanvallen zijn niet verplicht
Agorafobie kan samen met paniekstoornis voorkomen, maar hoeft niet.
Daarom moet je de diagnoses niet automatisch aan elkaar koppelen.
Lees het verschil tussen een paniekaanval en paniekstoornis en de algemene uitleg over agorafobie.
Een zorgverlener kijkt naar duur, ernst, situaties en invloed op je functioneren voordat een diagnose wordt gesteld.